Logo

Waarom het lezen van Kom Hier Dat Ik U Kus je vrij maakt. Vrij van vroeger.

0
tag

Waarom het lezen van Kom Hier Dat Ik U Kus je vrij maakt. Vrij van vroeger.

door Johan Stevens*

Ik lees nu het boek Kom Hier Dat Ik U Kus van de Belgische schrijfster Griet Op de Beeck. Voor de tweede keer. Ik heb nooit eerder een zelfde boek twee keer gelezen, behalve delen uit het Nieuwe Testament, ooit, maar daar een andere keer meer over. Wat een boek. Kom Hier Dat Ik U Kus is prachtig. En iedereen moet het lezen. Iedereen met kinderen, toch wel.

Het boek gaat over Mona en je leest in drie delen hoe haar leven zich ontwikkeld. Als ze 10 is, als ze 24 is en in de 30. Met name het eerste deel van het boek laat zo confronterend (en soms pijnlijk herkenbaar) zien hoe kinderen lijden onder de vaak onbewuste onhandige stress, verdriet en keuzes van volwassenen.

Het eerste deel vertelt over de jeugd van Mona. Mona is negen jaar als haar moeder overlijdt bij een auto ongeluk. Het is fascinerend en pijnlijk (herkenbaar) hoe met deze schokkende gebeurtenis in het gezin van Mona (ze heeft nog een kleiner broertje) wordt omgegaan. Nee, ik heb geen moeder die is omgekomen bij een auto-ongeluk. Thank God. Wat ik wel herken – en ik weet velen – is dat de volwassenen totaal geen raad weten met de eigen emoties en die van hun kinderen. De onbeholpenheid druipt van de scènes. Er wordt géén contact gemaakt met Mona, de dagen en weke na het plotse en verschrikkelijke overlijden. Er niets wordt gezegd over de dingen die er juist zo toe doen. Haar vader - een afwezige man die zich stort op zijn tandartspraktijk – worstelt met z’n eigen verdriet, maakt nergens contact met zijn dochter, om met haar te praten, haar te troosten, samen te huilen. Mona ligt in bed en probeert niet aan erge dingen te denken. Dat is heel belangrijk.

Ook heeft de oma van Mona een grote rol in het boek. De oma van Mona is een verbitterde vrouw, een boze vrouw. Nee, niet omdat haar dochter plots uit het leven is weggerukt, ook natuurlijk, maar omdat ze zo is. Zo is geworden, moet ik natuurlijk zeggen, maar het kan mij ook emotioneren, gewoon kwaad maken dat het zo is: mensen worden geraakt door het leven, zijn niet in staat om hun eigen emoties goed onder ogen te zien, om verantwoordelijkheid daarvoor te nemen en zijn er diep van overtuigd, denken echt dat alles aan de omgeving ligt. Ik vind dat heftig, ook omdat ik het ken.

Maar de hoofdrol is misschien nog wel weggelegd voor Marie, de nieuwe vriendin van de vader van Mona. Marie is jong, Marie is onzeker, zeg maar gerust zenuwachtig. Marie denkt de ganse dag dat iedereen tegen haar is. Marie denkt dat alles moeilijk en zwaar is. Heb je een beeld? Zo’n vrouw die de ganse dag om zich heen kijkt en denkt dat ze aangevallen wordt. Marie is eigenlijk een groot kind en chanteert Mona en haar broertje emotioneel. De scène dat Marie – blijkbaar – alleen en verdrietig is en Mona bij zich roept om samen in bed te liggen slaat je koud om het hart.

In het boek wordt zo pijnlijk duidelijk dat je als kind totaal overgeleverd bent aan je ouders. Zijn het bange, onzekere mensen? Vette pech. Hebben ze 100-den dogma’s over wat wel of niet ‘beleefd’ is: hele vette pech. Zijn ze constant bang dat de omgeving iets van je kan vinden en moet je je daarna continu ‘gedragen’? Nogmaals: heel vette pech. Je hebt er niets over te zeggen.

Interessant is het om te lezen dat Mona al gauw in de gaten heeft hoe ze zich moet laveren in dit emotionele wespennest. Soms iets meer glimlachen, bedanken om zeker te weten dat de ander het begrepen heeft. Dan weer stil zijn, dan weer juist wel wat zeggen. Want zo zegt haar vader ergens: ‘voor Marie is het ook allemaal heel veel, zo ineens in een gezin wonen. Wil je beloven dat je flink bent?’

Natuurlijk gaat Mona flink zijn en enorm rekening houden met de volwassenen die eigenlijk voor háár moeten zorgen. Later in het boek lezen we hoe Mona als ze 20-er is, en 30-er worstelt met haar gevoelens, met liefde, met keuzes maken, met zelfvertrouwen.

Het fascineert me hoe de overtuigingen over onszelf, over wat wij kunnen en wat we vooral niet kunnen en hoeveel we waard zijn, in die jeugd ontstaat. Hoe we daar de conclusie trekken: ik ben de liefde niet waard. Of: ik moet alles alleen doen. Of: mensen zullen wel vreselijk kritisch zijn als ik zeg dat ik iets niet goed kan. Hoe dat stress oplevert in het volwassen leven, hoe dat zorgt voor nóg harder werken.

Het is dit wat mij drijft om daar grappen over te maken en verhalen over te vertellen, de Zelfvertrouwen Roadshow over te spelen. Overtuigingen die eigenlijk totaal willekeurig zijn, omdat je ook kan denken: ik kan het wel. Ik ben volwassen. Ik ben vrij.

Dat is misschien nog wel veel meer waar. 

*Johan Stevens is cabaretier en columnist en deelt zijn visie over thema’s die wij bij Van Engelenburg belangrijk vinden. 

Reacties

Reageer

Uw naam
Uw emailadres
Uw opmerking